april 28th, 2009 Posted in Geen rubriek | 1 Comment »
De tijd die mij gegeven was om onder te duiken in de Plastic Soep was te kort om alle aspecten ervan – alle problemen die het plastic afval met zich meebrengt, en alle oplossingen die er al voorhanden zijn – te kunnen onderzoeken. Daarvoor zou een heel leven nog niet genoeg zijn…
Ik zie dit moment dan ook niet als een afsluiting van het project, maar als een tussenstand. Alles wat ik tot nu toe geschreven heb dient als een eerste verkenning. Op mijn blog zal ik doorgaan met de verslaglegging die het boek niet meer haalde.
Tijdens mijn speurtocht werd ik achtereenvolgens moedeloos en raakte ik enthousiast en geïnspireerd.
Moedeloos werd ik van de feiten: hoe erg het al is gesteld met de vervuiling van onze oceanen en zeeën, van onze aarde, de dieren en onszelf. Toen ik aan het boek begon, dacht ik nog: er ligt een hoop plastic in zee, maar dat is een kwestie van opruimen. Maar vervolgens kwam ik erachter dat de plastic soep voor het grootste deel uit microplastic bestaat, plasticdeeltjes die nauwelijks of niet met het blote oog te zien zijn. En ten slotte merkte ik dat het allergrootste probleem niet het plastic op zich was, maar de gifstoffen die erin verwerkt zijn, en de gifstoffen die er in zee ook nog eens aan blijven hangen, die het milieu en onze gezondheid al zeer ernstige schade hebben toegebracht: in de zee en op het land.
Maar juist toen ik zeker dacht te weten dat dit nooit meer goed zou kunnen komen, raakte ik door de gesprekken die ik voerde overtuigd dat we de problemen wél samen op kunnen lossen. Dat we – als we alleen al de mensen zouden kunnen samenbrengen die ik heb geïnterviewd – de wereld schoner kunnen maken en plastic kunnen transformeren tot een werkelijk wondermateriaal dat in een eeuwigdurende kringloop in allerlei gedaantes opduikt.
Ik wil op dit moment in het onderzoek het een en ander op een rijtje zetten.
ACT gaat ervan uit dat tegenover iedere Inconvenient Truth – tegenover iedere onaangename waarheid over onze wereld, van mens tot milieu – er een Convenient Truth gezet kan worden – een oplossing die er al is, of waaraan gewerkt kan worden.
Ik zal een de Inconvenient Truths die ik op mijn reizen aantrof op een rijtje zetten, en daar hoopvolle Convenient Truths tegenover zetten.
Degenen die aan die Convenient Truths kunnen – en moeten – samenwerken, zijn de consumenten, wetenschappers en het bedrijfsleven. Ook voor de overheid zie ik een rol. Al ben ik persoonlijk niet zo’n voorstander van teveel regelgeving, er zal een aantal regels moeten worden ingesteld en nagevolgd wil er iets veranderen: bepaalde mensen en bedrijven met geld en macht, die persoonlijk niets te winnen hebben bij verandering, kunnen de realisatie daarvan helaas nog altijd dwarsbomen…
Inconvenient Truth: Er drijft een hoeveelheid plastic in de Stille Oceaan dat een gebied beslaat dat twee keer zo groot is als de Verenigde Staten.
Convenient Truth:
• 4% van dit plastic bevindt zich net onder of op het zeeoppervlak. Wetenschappers zouden technieken kunnen ontwikkelen om de opsporing van dit plastic te vergemakkelijken.
• Bestaande bedrijven – zoals Liverpool Water Witch, dat opruimboten bouwt, en Envosmart dat olie uit plastic kan winnen – zouden samen boten kunnen ontwerpen die het wateroppervlak schoonruimen en zichzelf daarbij in stand houden door bijvoorbeeld brandstof te winnen uit het opgeviste plastic.
• Overheden zouden gezamenlijk – en daarbij kan de UNEP een rol spelen als secretariaat – tot een overeenkomst moeten komen om de financiering van deze operatie mogelijk te maken. Bijvoorbeeld: iedere plastic producerend land betaalt een even groot percentage van de opruimactie als zijn deel in de wereldwijde plastic productie. Overheden kunnen deze kosten terugverhalen op degenen die verdienen aan de productie en verkoop van plastic: plasticindustrie, plasticproducent en winkelier.
• 96% van het plastic in de oceanen bestaat uit zulke kleine deeltjes dat ze deel zijn gaan uitmaken van de waterkolom: het opruimen hiervan is een biochemisch probleem. Daar ligt dus een taak voor de biochemici: is er iets als een ‘plasticmagneet’ te ontwikkelen die door de zeeën gesleept kan worden? Dit is misschien wel de grootste uitdaging van het hele plastic afvalprobleem.
Inconvenient Truth: Aan het plastic in de oceanen, ook aan alle microdeeltjes, hechten zich Persistent Organic Pollutants: gifstoffen die via het plastic dat vissen eten, in de voedselketen terechtkomen.
Convenient Truth: Het opruimen van het plastic wordt hierboven al besproken – dat haalt ook de vergiftiging van het oceaanleven weg – maar mocht er in de toekomst onverhoopt nog plastic in de zeeën bijkomen, dan is er ook een oplossing:
• Wetenschappers zouden plasticsoorten zo moeten ontwikkelen dat ze niet de eigenschap hebben om gifstoffen aan te trekken.
Inconvenient Truth: 20% van het plastic afval in de oceanen is afkomstig van schepen: overboord geslagen, losgeraakt of opzettelijk gedumpt.
Convenient Truth: Dit is een kwestie van samenwerking tussen overheden en de scheepvaart: de wetten die bestaan, werken kennelijk niet voldoende.
• Schepen zouden verplicht moeten worden hun lading beter te zekeren.
• Er zou geen schip mogen uitvaren zonder dat iemand persoonlijk aansprakelijk gesteld kan worden voor alle lading die aan boord is – en die in zee terechtkomt.
• De controle dat een schip aankomt met de spullen waarmee het is uitgevaren zou strenger moeten worden.
• Straffen voor het dumpen van afval moeten veel hoger worden gesteld, waardoor niemand meer denkt: Ach, wat maakt het uit…
Inconvenient Truth: 80% van het afval in de oceanen is afkomstig van het land.
Convenient Truth: Wij kunnen zelf maatregelen nemen om te voorkomen dat afval gaat rondzwerven.
• Overheden zouden al het plastic dat voor éénmalig gebruik wordt geproduceerd – plastic tasjes, wegwerpbekers, junkfoodverpakkingen, e.d. – moeten verbieden.
• Overheden zouden het initiatief moeten nemen voor recyclingprojecten van plastic huishoudelijk en bedrijfsafval, zodat afval wordt ingezameld en gerecycled.
• Wetenschappers zouden voor voedselverpakkingen op zoek moeten gaan naar alternatieve plasticsoorten die werkelijk afbreekbaar zijn als ze in de natuur terechtkomen – ook als ze in het water verdwijnen – en die natuur daarmee niet schaden.
• De plasticindustrie zou verder alleen nog maar producten moeten produceren die zijn ontworpen om na gebruik te recyclen: dat betekent dat alleen de goed te recyclen plasticsoorten zouden moeten worden gebruikt, en dat de producten voldoen aan het ‘design to disassemble’.
Inconvenient Truth: Veel onderzoek naar de effecten van plastic en plasticafval op de gezondheid van milieu en mens wordt betaald door de plasticindustrie. Onderzoek heeft aangetoond dat door de plasticindustrie betaald onderzoek een sterk vertekend beeld geeft. Zo bekeek professor Vom Saal van de universiteit van Missouri 218 verschillende studies naar de effecten van de weekmaker Bisphenol A – die in polycarbonaat zit, plastic dat onder meer voor babyflesjes wordt gebruikt: 93% van de onafhankelijke studies toonde aan dat deze weekmaker schadelijke effecten heeft op de gezondheid. 100% van de door de plasticindustrie gefinancierde onderzoeken toonde aan dat de stof schadeloos was…
Als om deze stelling te demonstreren is net een artikel verschenen in het Duitse Raum und Zeit met als ondertitel ‘Minnekozen met de chemiebedrijven – de Europese Unie rekt de grenswaarde op voor het gevaarlijke Bisphenol A’. Meer dan 150 onafhankelijke studies toonden aan dat Bisphenol A onder meer leidt tot hersenbeschadiging, seksuele misvorming en onvruchtbaarheid bij jongens en mannen, tot hyperactiviteit en agressie, dat het een verhoogde kans geeft op borstkanker en eierstokkanker, en dat het als iemand kanker heeft, de kankercellen beschermt, waardoor ze moeilijker te bestrijden zijn – en dat baby’s die warme melk (of andere warme vloeistof) uit een polycarbonaat fles drinken veel Bisphenol A binnenkrijgen. Het onderzoek echter dat aantoonde dat er niets aan de hand is, waarop de Europese Unie zich baseerde bij zijn besluitvorming, was betaald door de chemische industrie. Sterker: de EU blijkt niet eens de volledige studie onder ogen te hebben gehad, maar uit te zijn gegaan van een niet openbaar gemaakte voorlopige versie.
Convenient Truth:
• Er bestaan onafhankelijke wetenschappers.
• Er zou geen wetgeving mogen worden gebaseerd op onderzoek dat wordt gefinancierd door betrokkenen: alle richtlijnen en wetgevingen die op basis van dergelijk onderzoek zijn gevormd, zouden opnieuw tegen het licht gehouden moeten worden.
Inconvenient Truth: In plastic zijn minstens 87.000 verschillende soorten chemicaliën verwerkt, waarvan de meeste uiterst giftig zijn voor het milieu en voor onszelf.
Convenient Truth: Voor alle giftige chemicaliën zijn niet-toxische alternatieven voor handen.
• Onafhankelijke wetenschappers zouden moeten onderzoeken welke van de in plastic gebruikte chemicaliën schadelijke gevolgen hebben voor onze gezondheid en voor het milieu.
• Onafhankelijke wetenschappers kunnen vervolgens onderzoeken welke niet-toxische alternatieven er zijn voor de schadelijk bevonden chemicaliën, en daarmee niet-giftige plasticsoorten ontwikkelen.
• Voor al het giftige plastic dat al op de markt is, zouden chemische ‘reparatietechnieken’ moeten worden bedacht: technieken waarmee de schadelijke stoffen in onschadelijke eindproducten worden omgezet.
• Winkeliers zouden moeten weigeren plastic producten te verkopen die giftige stoffen bevatten.
• Overheden kunnen plasticproducenten verplichten om op hun verpakkingen te vermelden welke stoffen bij het vervaardigen van plastic zijn gebruikt – en welke schadelijke gevolgen de verschillende stoffen hebben voor mens en milieu.
• Overheden zouden ervoor moeten zorgen dat alle giftige chemische stoffen verboden zouden moeten worden – ook in plastic. Om te beginnen moet de REACH-wetgeving van de Europese Unie ook op polymeren van toepassing worden.
Kortom: er valt een hoop te doen… Maar gelukkig kán er een hoop gedaan worden. En er zijn steeds meer mensen die daaraan mee willen werken!
Ik wil deze gelegenheid meteen aangrijpen om een aantal mensen te bedanken die belangrijk zijn geweest bij de totstandkoming van het boek en het blog.
Allereerst Maria Westerbos die met haar onstuimige enthousiasme het hele ACT in elkaar heeft gesmeed en genoeg vertrouwen in mij stelde om met mij de Plastic Soep in te gaan.
Dave Cooper en Vincent Janssen Steenberg waren onmisbaar in het project. Zij vertaalden vrijwel simultaan mijn blog-entries en interviews en voorzagen mij tijdens het schrijven van commentaar, ideeën en genoeg muziek om een Plastic Soep-soundtrack te kunnen samenstellen.
Natuurlijk ben ik al diegenen zeer dankbaar die in de interviews in dit boek figureren en die zich mijn spervuur aan vragen lieten welgevallen.
Frances de Jong was als altijd een rots in de branding en voorzag in een noodtempo al mijn teksten van de hoognodige correcties.
Marc Suvaal maakte er mijn mooiste boek van tot nu toe – het is altijd een groot plezier om met hem samen te werken.
En uiteindelijk wil ik nog even de Uitgever noemen, die dit boek net zozeer geschreven heeft als ikzelf, en de Baby – want voor haar wil ik de wereld mooier maken.
Let’s go change the world!
Read this text in English