We hebben toch REACH?

september 8th, 2009 Posted in Geen rubriek | No Comments »

Mijn grootste zorg wat plastic betreft, wordt gevormd door de chemicaliën die erin zitten.

87.000 maar liefst, waarvan we nog maar van een piepklein aantal weten wat ze voor een gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid. En daar word je al bang van…

Wat mij zo verbaasd is dat mensen die het zouden moeten weten: hoge medewerkers van VROM, kamerleden, experts van het RIVM in gesprek met mij iedere keer aanvoeren: ‘Maar we hoeven ons geen zorgen te maken, want we hebben toch REACH?’

REACH is een Europees project dat in 2007 van start ging. Registration, Evaluation, Autorisation and Restriction of Chemicals heet het voluit. En het heeft als streven om in 2018 14.000 chemicaliën te hebben getest op hun gevolgen voor mens en milieu.

Maar…

REACH is – dankzij een sterke lobby van de chemische industrie – niet van toepassing op polymeren – op plastic dus.

In juli heeft het Europese Hooggerechtshof, zeer tegen de zin van de chemische industrie, besloten dat monomeren – waaruit polymeren zijn opgebouwd – wél aan de REACH-richtlijnen moeten voldoen.

Maar zelfs als de polymeren volledig onder REACH zouden vallen, hebben we nog steeds een aantal problemen:

- REACH test maar 14.000 chemicaliën. Alleen al in de verschillende plasticsoorten zitten er zes keer zoveel.

- Nu blijkt bovendien dat de doelstelling van REACH absoluut niet gehaald kan worden. Volgens de laatste berekeningen kan Europa maar vijftig tot zestig chemische verbindingen per jaar testen. Dat zou betekenen dat we minstens 1400 jaar verder zijn voordat alle plasticchemicaliën onderzocht zijn.

- En nu is er opeens ophef dat er teveel proefdieren voor het onderzoek moeten worden gebruikt, want niet alleen de directe gevolgen voor de gezondheid, maar ook die voor ons nageslacht worden onderzocht – en dat kost dus twee of meer generaties proefdieren per chemische verbinding. Er wordt gepleit voor het stopzetten van dit ‘volgende generatie-onderzoek’.

Excuse me?

Ik ben geen voorstander van testen op proefdieren, maar ik krijg hier een nare smaak van in mijn mond. Hier wordt ingespeeld op de emoties van dierenliefhebbers en leden van de Partij voor de Dieren, om een uiterst noodzakelijk onderzoek niet uit te voeren.

Moet ik mij straks gerustgesteld voelen in de wetenschap dat een stof mij geen schade zal berokkenen – maar mijn toekomstige kinderen en kleinkinderen wellicht wel?

Waar zijn we mee bezig?

Ik heb een veel goedkopere, snellere, efficiëntere oplossing.

Stop REACH.

Zoek voor iedere chemische stof waarvan we niet weten wat het effect op de menselijke gezondheid en het milieu is een niet-toxisch alternatief: er zijn al talloze alternatieven, die nu nog ongebruikt zijn omdat de handel in chemische stoffen die wel giftig zijn, of waarvan we niet weten wat ze kunnen veroorzaken, zo lucratief is.

Stop al het geld dat nu voor REACH is bestemd, in het onderzoek naar en produceren van producten vervaardigd uit niet-toxische alternatieven.

Iedere REACH-test kost nu 700.000 euro. Reken maar uit hoeveel dat voor 14.000 testen zou zijn – of nog beter: voor 87.000 testen.

Wedden dat we goedkoper uit zijn?

Plastic soep!

september 1st, 2009 Posted in Geen rubriek | No Comments »

plastic soep cover

Intellectual property

juli 22nd, 2009 Posted in Geen rubriek | No Comments »

De plastic soep is opeens fashionable. Er is geen zichzelf respecterende krant, tijdschrift of omroep die nog geen item aan het plastic afval probleem besteed heeft.

Geweldig vind ik dat, en het geeft me steeds meer vertrouwen dat Victor Hugo gelijk had toen hij zei: “Er is geen leger zo machtig als een idee waarvoor de tijd gekomen is.”

Maar waarom, waarom, zijn er toch mensen die zelfs een wereldomvattend probleem als dit ten eigen bate willen aanwenden? Er is in Nederland op het ogenblik een werkgroep in het leven geroepen – onder leiding van Rudolph Eilander, de jonge architect die een beurs heeft gekregen om zijn idee om de Stille Oceaan te schonen ten uitvoer te brengen. Ik heb over hem geschreven in mijn boek en in dit blog. In deze werkgroep hebben allerlei Belangrijke Mensen zitting genomen: van dsm, het Dutch Polymer Institute, akg Polymers en het European Patent Office tot aan Wubbo Ockels, onze enige echte astronaut.

Niemand met kennis van de situatie ter plekke.

En wat wordt er afgesproken? Dat de ideeën waarmee deze denktank komt, “intellectual property” zullen zijn van de medewerkende partijen.

Ik werd er naar van toen ik dit las.

Waar gaat het om, jongens? Dat we met zijn allen een probleem aanpakken, of dat jullie er zelf beter van worden?

Als je het probleem echt onder ogen wilt zien, moet je experts uit alle richtingen bij het overleg betrekken. Ook – en juist – mensen die weten waar ze het over hebben als het gaat om het plastic afval probleem in de Stille Oceaan.

Maar waar ik zo bang voor ben, is dat het niet gaat om het oplossen van het probleem.

Niet voor niets werd door de werkgroep gesteld dat de plastic soep het leven van vissen en vogels in gevaar brengt en het imago van plastic schaadt.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dat de reden is dat de werkelijke experts niet in dit overleg betrokken worden.

Deze groep wil helemaal niet horen wat de echte problemen zijn:

- dat er niet 60 miljoen ton plastic drijft, dat je op kunt vissen, maar dat het grootste deel van het plastic afval in piepkleine stukjes is gebroken: microplastic dat een onderdeel geworden is van de waterkolom en niet te filteren is.

- dat dit microplastic niet alleen een groot gevaar is voor de flora en fauna in de zee, maar ook voor ons, mensen, door de gifstoffen die in het originele plastic zitten, en de gifstoffen die zich er in de zee aan hechten.

- dat het grootste deel van het probleem gevormd wordt door de wijze waarop plastic op dit moment (en tot nu toe) wordt geproduceerd: met behulp van gifstoffen.

Deze werkgroep is een rookgordijn dat welwillend wordt opgetrokken door partijen die als ze werkelijk iets zouden willen veranderen bij zichzelf zouden moeten beginnen.

En dan hebben ze het ook nog zo vormgegeven dat áls ze met een goed idee komen, anderen daarvoor moeten betalen als ze het willen gebruiken.

Vind je het gek dat ik me naar voel?

Even rekenen…

juli 17th, 2009 Posted in Geen rubriek | No Comments »

Het lijkt alsof wij in Nederland zo goed bezig zijn met ons afval. Er komt relatief weinig op straat (en uiteindelijk in het milieu terecht), en wat we keurig in de afvalbak gooien, verdwijnt voor het grootste deel in de verbrandingsoven. Opgeruimd staat netjes.

Maar is dat wel zo?

Hoewel de uitstoot van CO2 en het verderfelijke effect van de broeikasgassen op onze omgeving hoog in het vaandel van de politieke partijen en milieubewegingen staat, heb ik ze nog nooit betrapt op een kritische aantekening bij de productie en verwerking van kunststoffen.

En toch…

Voor de productie van 1 kilo plastic, is 2 kilo olie nodig.
De ene kilo daarvan wordt gebruikt om – simpel gezegd – die andere kilo tot plastic te maken. Die ene kilo die de energie moet opleveren om het plastic te kunnen maken, levert een uitstoot op van 3 kilo CO2.
Gelukkig zit die andere kilo nog in het plastic zelf en kan dus – door hergebruik en recycling – lange tijd bewaard blijven.

Maar…

In Nederland wordt maar liefst 1,2 miljoen ton kunststofafval per jaar ingezameld, waarvan 80% in de verbrandingsoven belandt. En zodra je plastic gaat verbranden, komt de CO2 vrij uit de olie die nog in het plastic zat.
Zo wordt in Nederland jaarlijks 80% van 1,2 miljoen ton = 960 miljoen kilo olie verspild, en komt er twee keer (voor de productie én voor de verbranding) 2,88 miljard = 5,76 miljard kilo CO2 vrij.

Zo’n getal zegt op zich misschien weinig, maar is vergelijkbaar met de CO2 uitstoot van een Hummer Automatic Luxury (de meest vervuilende SUV met een uitstoot van 412 g/km) die 14 miljard kilometer rijdt: ofwel zo’n 350.000 Hummers die een rit om de wereld maken!

Iedere kilo plastic die we recyclen, in plaats van verbranden, levert een besparing op van 8,7 kilo CO2. Voor het recyclen van plastic is namelijk maar 0,1 kilo olie nodig, in plaats van de twee kilo die er voor nieuw plastic nodig is: en je verbrandt de kilo plastic niet.

Een druppel op een gloeiende plaat?

Nog één keer rekenen: wereldwijd wordt jaarlijks 60 miljoen ton kunststofafval geproduceerd. Slechts 6% daarvan wordt gerecycled.
Dat betekent dat jaarlijks 94% van 60 miljoen ton = 56,4 miljard kilo olie wordt ‘weggegooid’, en er 338,4 miljard kilo CO2 vrijkomt.

Zouden wij onze verantwoordelijkheid niet moeten nemen? Een voorbeeldfunctie vervullen?
Als je bedenkt dat Nederland de grootste CO2 vervuiler per vierkante kilometer is van de hele wereld (met 4.294 ton CO2/km2, ruim zeven maal meer dan de Verenigde Staten en China, bijna veertien maal meer dan India), dan lijkt mij dat we wat hebben goed te maken.

Trouwens… bedenk de volgende keer dat je zo’n handig plastic tasje in de winkel aanneemt, dat vijf van die tasjes al zorgen voor een uitstoot van 1 kilo CO2

Even iets rechtzetten

juni 1st, 2009 Posted in Geen rubriek | No Comments »

Ik heb een tijd niet geblogd. Niet omdat ik niets te melden had: iedere dag doe ik nieuwe ontdekkingen over plastic, positieve en negatieve. Enerzijds sta ik versteld van alle initiatieven die er al bestaan op het gebied van afvalvermindering, hergebruik en recycling. Anderzijds sta ik even versteld van de keerzijde van onze plasticproductie en –consumptie. Stof te over om heel wat blog entries mee vol te schrijven.

Het is juist de overmaat aan aandacht voor Plastic Soep die me van het schrijven heeft afgehouden. Neem afgelopen donderdag: eerst werd ik gebeld voor een live interview voor een consumentenprogramma op de Belgische radio, vervolgens vroeg de Nederlandse dagkrant nrc.next mij om informatie voor een voorpagina-artikel voor de vervuiling van de Noordzee, en ten slotte belde de Belgische dagkrant Het Laatste Nieuws omdat ze me op de radio hadden gehoord en een groot artikel wilden wijden aan de gifstoffen die in verschillende soorten plastic worden verwerkt.

Ik ben blij met alle aandacht die het onderwerp krijgt, tegelijkertijd bestaat het gevaar dat uitspraken van mij uit hun verband worden gerukt of verkeerd worden geïnterpreteerd. Zo stond deze week in HUMO – een Belgisch tijdschrift – in een overigens verder zeer goed interview, als onderschrift bij een foto van mij dat ik gezegd zou hebben dat een baby die drinkt uit flesjes van polycarbonaat het equivalent van een paar anticonceptiepillen per dag binnenkrijgt. Dat heb ik niet zo gezegd, en in het interview zelf is het ook genuanceerder opgetekend.
Wat ik wél heb gezegd, is dat ik een rapport heb gelezen waarin is aangetoond dat baby’s en jonge kinderen, die hun vloeibare en vaste voedsel uit flesjes, bakjes en blikjes van polycarbonaat krijgen, TOT 14,5 microgram Bisphenol A per dag binnen kunnen krijgen. Bisphenol A is een pseudo-oestrogeen dat vergelijkbaar is met de werkende pseudo-oestrogeen in de anticonceptiepil. In zo’n pil zit 20 microgram. Als je het lichaamsgewicht van een volwassen vrouw die de pil slikt, vergelijkt met die van een baby, kun je zeggen dat een baby TOT een paar anticonceptiepillen per dag binnen kan krijgen.

Hoewel dit als een verdediging kan klinken, neem ik geen woord terug van wat ik tot nu toe in welk interview dan ook heb gezegd.
Ik baseer mijn mening op de rapporten die ik lees, en de verhalen die ik van respectabele experts hoor. Uiteraard wordt mijn mening ook tegengesproken. Er zijn met name twee argumenten waarmee deskundigen mijn beweringen van tafel (proberen te) vegen.

Het eerste argument werd te berde gebracht door de – overigens zeer aardige en correcte – toxicoloog van het RIVM, Van Leeuwen, in het radioprogramma Radio Kassa.
In verband met mijn beweringen over de giftigheid van Bisphenol A in babyflesjes, zei hij dat deze stof door mensen wordt uitgeplast zonder dat het enig effect op hun gezondheid heeft. Hij bevestigde dat de stof zeer schadelijk is voor het milieu en voor dieren – daar was hij zelfs zo stellig over dat hij mij zijn hulp beloofde als ik ooit op die gronden de strijd tegen Bisphenol A wilde aanspannen – maar de mens zou er geen last van hebben.
Nou kan ik me met de beste wil van de wereld niet voorstellen dat een stof wel giftig is voor alle flora en fauna om ons heen, maar niet voor ons. En daarnaast heb ik rapporten gelezen dat de stof in het bloed van mensen, en zelfs van foetussen in de baarmoeder, is aangetroffen. En dat zou dan geen gevolgen hebben voor de gezondheid? Het spijt me maar dat wil mijn gezonde verstand niet accepteren.

Het tweede argument, dat wordt gebruikt om ieder bijeffect van welke gifstof in plastic dan ook te ontkennen, is het feit dat de gifstoffen – want dat het gifstoffen zijn wordt niet ontkend – in een zodanig kleine hoeveelheid aanwezig zijn, dat de mens er geen last van heeft.
Van een dergelijke bewering sla ik steil achterover. Hoe kan een wetenschapper, een medicus, zoiets beweren. Juist de medische wetenschap experimenteert voortdurend met de werking van uiterst kleine hoeveelheden van bepaalde stoffen.
Het was de Nobelprijswinnaar Schatz die de niet-lineaire vergiftiging al aantoonde: een gifstof wordt inderdaad minder schadelijk als je hem verdunt, maar als je hem vervolgens nog sterker verdunt, wordt de werking juist weer heftiger.
Met name de receptoren in ons lichaam die onze hormoonhuishouding regelen, zijn uitermate gevoelig. En veel van de gifstoffen in plastic – zoals verschillende weekmakers in pvc en het bovengenoemde Bisphenol A – werken in op die hormoonhuishouding, met alle gevolgen van dien.

Wat me nog het meeste verbaast is de stelligheid waarmee de wetenschappers beweren dat de gifstoffen in plastic schadeloos voor ons zijn.
Ten eerste weten we nog nauwelijks welke gifstoffen allemaal in plastic zijn verwerkt – en welke gevolgen die (laten we het voorzichtig zeggen) eventueel op onze gezondheid kunnen hebben.
En ten tweede: JUIST in de wetenschap – waar onze kennis zo snel verandert – is het zaak voorzichtig te zijn met stellige uitspraken, zeker als er zoveel tegenbewijs is als er in de plastickwestie het geval is.

Ik neem persoonlijk in ieder geval het zekere voor het onzekere. Ik ga af op de rapporten die ik lees, gecombineerd met mijn eigen verstand, maar ik laat me ook niet gek maken door spookverhalen.
En bovenal probeer ik iedereen duidelijk te maken dat plastic schadeloos kán zijn, zonder gifstoffen kán worden geproduceerd, zonder duurder te worden.

Want zeg eens eerlijk – als het gifloos kan – waarom zouden we dan in vredesnaam gifstoffen gebruiken? Of ze nou schadelijk voor ons zijn of niet?

Niet voor weekhartigen

mei 5th, 2009 Posted in Geen rubriek | 1 Comment »

In verschillende radio-uitzendingen is inmiddels de giftigheid van bepaalde soorten plastic aan bod gekomen. En dat is niet onopgemerkt gebleven. Ik krijg veel vragen welke soorten plastic je nou beter wel en niet kunt gebruiken.

Charles Moore – de ontdekker van de plastic soep – gaf de volgende tip. Op de meeste plastic verpakkingen en producten staat tegenwoordig een nummer in een driehoek van pijltjes, dat de soort plastic aangeeft. Alleen nummer 2 en 5 zijn schadeloos te gebruiken. En vermijd zeker nummer 3, 6 en 7.

Tijdens een bijeenkomst met ACT Global, werd afgesproken om een lijst op hun website te plaatsen met verschillende soorten plastic en de gevolgen die ze kunnen hebben op de menselijke gezondheid. Ik vond een tabel op internet en stuurde hem naar ACT door. Al snel kreeg ik antwoord: de tabel ziet er in hun ogen ‘heel angstaanjagend uit’, en ACT kiest liever een ‘minder heftige aanpak’.

Toch vind ik dat we de harde werkelijkheid niet uit de weg moeten gaan – sterker nog, toen ik verschillende rapporten bestudeerde, kwam ik nog veel ernstiger gevolgen tegen dan in deze tabel worden opgenoemd. Wie het wil weten, kan de ongecensureerde tabel bekijken door op de link hieronder te klikken. Hierin heb ik toegevoegd om welk nummer plastic het gaat. En wie het niet wil weten moet hier vooral niet op klikken …

Tabel - Plastic en gezondheid

De site waarop deze tabel te vinden is, geeft nog de volgende tips.

Vind waar mogelijk alternatieven voor plastic producten. Een paar suggesties:

* Koop voedsel in glas of blik; vermijd polycarbonaat drinkflessen met Bisphenol A

* Vermijd het opwarmen van voedsel in plastic bakjes, of het bewaren van vet voedsel in plastic bakjes of plastic folie.

* Geef jonge kinderen geen plastic spenen, bijtringen en speelgoed

* Gebruik kleding, bedlinnen en meubels van natuurlijke materialen.

* Vermijd alle producten van pvc en polystyreen.

Ik ben het helemaal met deze tips eens…

P.S. Donderdag mag ik toch naar de studio van Radio Kassa komen – en ze bellen andere toxicologen. Ik ben benieuwd wat er gebeurd en houd jullie op de hoogte!

Read this text in English

Expert in de uitzending

april 28th, 2009 Posted in Geen rubriek | 1 Comment »

Zoals ik al eerder schreef, ben ik geïnterviewd in Radio Kassa - onder meer over de schadelijke gevolgen van Bisphenol A in babyflesjes.

Vandaag werd ik gebeld. Over tien dagen komt er een toxicoloog in de uitzending om te reageren op mijn beweringen. Allemaal onzin, is zijn strekking.
Ik werd gevraagd of ik, nadat hij zijn verhaal heeft gedaan, zou willen reageren - telefonisch, want mijn aanbod om naar de studio te komen werd afgewezen. Ik heb toegezegd, maar wel de volgende mail naar de redacteur gestuurd:

Beste Dieuwertje,

Hartelijk dank voor jullie uitnodiging om donderdag 7 mei te reageren op de uitspraken van Rolaf van Leeuwen. Hoewel hij nog niet gesproken heeft, begrijp ik uit jouw woorden dat hij gaat zeggen dat mijn ongerustheid ongegrond is, dat Bisphenol A (BPA) niet zo schadelijk is, en dat de mate waarin kinderen eraan worden blootgesteld - bijvoorbeeld door het drinken uit babyflesjes met BPA – geen gevaar oplevert voor de gezondheid.

Ik ben een schrijver die zich enkele maanden in het onderwerp heeft verdiept. Ik baseer mijn mening op de rapporten die ik onder ogen heb gekregen en mijn gezond verstand. Het probleem is echter dat ik door een expert als de heer Van Leeuwen te makkelijk kan worden weggezet als iemand die een relletje probeert te creëren om meer aandacht voor haar boek te krijgen.
Ik denk dat dat het probleem te kort doet.

Ik denk dan ook dat Radio Kassa er verstandiger aan doet – en een consumentenprogramma-waardig handelt – wanneer jullie tegenover de mening van de heer Van Leeuwen de mening van een andere toxicoloog zetten die wél beweert dat Bisphenol A schadelijke gevolgen heeft voor de menselijke gezondheid – ook in de hoeveelheden waarin wij er nu aan worden blootgesteld.

Ik kan tegenover de mening van de heer Van Leeuwen slechts de feiten stellen die ik tijdens mijn onderzoek ben tegengekomen:
- dat professor Frederick Vom Saal heeft aangetoond dat 93% van de onafhankelijke onderzoeken naar Bisphenol A aantoont hoe schadelijk het is (204 onderzoeken), terwijl 100% van de door de chemische industrie betaalde onderzoeken beweert dat het veilig is (14 onderzoeken).
- dat de Europese Unie zich op een door de chemische industrie betaald onderzoek heeft gebaseerd toen ze opnieuw de grenswaarde van BPA oprekte – terwijl daartegenover 150 rapporten stonden die wel de schadelijke gevolgen aantoonden.
- dat landen als Canada en Japan babyflesjes met Bisphenol A al verboden hebben, en in Canada BPA op de lijst verboden chemische middelen staat. Steeds meer staten in de VS proberen een ban op BPA door te voeren.
- dat BPA een oestrogeen-imitator is, net als bijvoorbeeld ethinylestradiol – dit laatste middel wordt in anticonceptiemiddelen gebruikt. Een dagelijkse dosis van 20 μg garandeert vrouwen dat ze niet zwanger worden. Metingen hebben aangetoond dat kleine kinderen tot 14,7 μg Bisphenol A per dag binnen kregen door “lekkende” policarbonaatproducten, als babyflesjes. Kinderen – zowel jongens als meisjes – worden dus als het ware op de pil gezet, met alle gevolgen van dien. De “kleine hoeveelheden” kunnen dus wel degelijk schade aanrichten.
- en stel dat de heer Van Leeuwen gelijk heeft – en de 7% wetenschappers die hebben aangetoond dat BPA niet zo schadelijk is het bij het rechte eind hebben – dan nog blijft de vraag waarom een “niet zo schadelijke” stof in babyproducten wordt gebruikt (in welke producten dan ook), als er onschadelijke alternatieven voor handen zijn…

Ik hoop dat jullie een echte discussie op gang willen brengen – dat is dit buitengewoon belangrijke onderwerp meer dan waard – maar jullie doen dat pas recht als jullie gelijkwaardige gesprekspartners aan het woord laten. Tegenover elkaar. Beiden in de studio.

Dat wil trouwens niet zeggen dat ik niet vierkant achter mijn mening sta, en die niet zou willen verkondigen als jullie ervoor kiezen toch een eenzijdige mening te laten horen. Maar dan nog vind ik het jammer dat ik niet in de studio word uitgenodigd waar ik de heer Van Leeuwen in ieder geval in de ogen kan kijken als ik met hem spreek.

Zou je dit in de redactie ter sprake willen brengen?

Ik hoor graag jullie reactie,
Met hartelijke groet,

Jesse Goossens

I’ll keep you posted!

Read this text in English

Niets aan de hand…

april 28th, 2009 Posted in Geen rubriek | 1 Comment »

Op Kassa Radio werd ik geïnterviewd over Plastic Soep. Daar kwam onder meer aan bod dat er gifstoffen in plastic zitten, zoals Bisphenol A in polycarbonaat (het heldere doorzichtige plastic dat bijvoorbeeld vaak in babyflesjes wordt gebruikt) en ftalaten in onder meer pvc.

Die uitzending riep nogal wat reacties op - vooral het gegeven dat ik zelf, toen ik de rapporten over Bisphenol A gelezen had, alle flesjes van de Baby heb weggegooid en op zoek ben gegaan naar BPA-vrije flesjes. Luisteraars wisten me via de redactie of mijn website te vinden en vroegen om raad. Zo schreef iemand:

Hallo Jesse,

de eerste keer dat ik van de plastic soep hoorde was gisteren tijdens het interview op radio1.
Na enige surfen is mijn belangstelling en angst aangewakkerd.

Ik wil er zelf even een mailtje uitdoen naar mijn contacten om mensen bewust te maken, of in ieder geval te laten zoeken.

Zelf heb ik een dochter van bijna 4 maand, en las wat verontrustende berichten over babyflesjes,
Als je tijd hebt zou je dan eens je licht kunnen laten schijnen over de volgende reactie?

Hij sloot een reactie bij van Difrax - een producent van babyflesjes die Bisphenol A bevatten:

Waarom wordt Bisfenol A gebruikt in babyflessen?
Babyflessen worden gemaakt van policarbonaat, kunnen hergebruikt worden en zijn bestand tegen breken en hitte (bijv. uitkoken, afwasmachine of opwarmen in een magnetron of flessenwarmer). Policarbonaat wordt verwerkt in medische apparaten, papier, karton en verpakking voor levensmiddelen (frisdrankflessen etc.).

Waarom is er zoveel opheft over Bisfenol A?
Bisfenol A is een stof die ervan verdacht wordt in grotere hoeveelheden de hormoonhuishouding te kunnen verstoren.

Wat zijn wettelijke limieten voor Bisfenol A?
Omdat Bisfenol A schadelijk kan zijn voor de mens, heeft de Europese Unie een maximum gesteld aan de migratie van Bisfenol A uit kunststofverpakkingen naar levensmiddelen. Concreet houdt dit in dat uit de verpakking maximaal 0,6 miligram Bisfenol mag vrijkomen naar 1 kilo levensmiddel. (bron: VWA)

Is Bisfenol A schadelijk voor de gezondheid van kinderen?

NEE, er is absoluut geen reden tot ongerustheid:
- Internationaal wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat babyflesjes gemaakt van policarbonaat (volgens de huidige normen) veilig zijn voor kinderen. Het alternatief, babyflesjes gemaakt van glas, vormen juist een direct gevaar voor verwondingen (glasbreuken en- splinters).
- Als Bisfenol A vrijkomt door migratie (alleen onder ongebruikelijke omstandigheden), dus niet door magnetronopwarming, wasmachine of uitkoken) dan wordt dit door het lichaam afgebroken binnen een dag en dus niet in het menselijke weefsel opgenomen.

Difrax reactie Vivienne van Eijkelenborg, Managing Director Difrax:

“ Difrax loopt al 40 jaar (sinds haar bestaan) voorop op het gebied van kennis en kunde van babyproducten. Veiligheid van onze producten staat voorop. Voor Difrax is maatschappelijk verantwoord ondernemen erg belangrijk en daarom hebben we een beleid ontwikkeld voor ons bedrijf EN onze leveranciers volgens het systeem van BSCI, dat heeft geresulteerd in een kwaliteitswaarborg van onze producten. Wij voldoen aan de Europese (CEN) en nationale (NEN) veiligheidsnormen voor babyproducten.

Ik ben zelf lid van de CEN commissie (Europees normalisatie Instituut) en dus ook op de hoogte van Europese en nationale ontwikkelingen op dit gebied. De ophef rond Bisfenol A ‘hype’ rond 2002 en gaf aanleiding tot breed internationaal onderzoek en veiligheid van deze stof in relatie tot levensmiddelen. Deze onderzoeken hebben aangetoond dat deze stof geen onveilige situatie oplevert voor kinderen volgens de huidige internationale normen. Godzijdank bestaan deze strakke richtlijnen voor babyproducten en ik kan met een gerust hart zeggen dat al onze producten voldoen aan de huidige normen. Naar aanleiding van alle ophef heeft de CEN zelfs een speciale limiet vastgesteld voor Bisfenol A in drinkgerei voor kinderen en deze norm is 20 keer zo streng als de huidige norm, waar we OOK aan voldoen.

Ik vind het onterecht dat nieuwkomers in de markt deze situatie aangrijpen om consumenten angst aan te jagen en hen over te halen om hun producten te kopen die ‘zogenaamd’ Bisfenol-vrij en dus veilig zijn. Zij vermarkten hun product door expliciet te refereren naar de normen waar wij vanzelfsprekend OOK aan voldoen. De consument mag en kan dat ook van ons verwachten. Ik vind deze ernstige vorm van angstmarketing niet integer. Wij willen consumenten echter eerlijk en open benaderen en geen fabeltjes de wereld insturen. Difrax wil niet ten koste van alles zoveel mogelijk volume draaien. Eerlijkheid en kwaliteit in woord en product tellen. Het welzijn van kinderen staat bij ons voorop. Dat blijkt ook uit onze maatschappelijke betrokkenheid door het ondersteunen van Goede Doelen voor kinderen”.

Mijn antwoord luidde:

Beste …

Hartelijk dank voor uw mail.

Ik ben niet verbaasd over de reactie van Difrax.

Het grote probleem in de voorlichting over Bisphenol A, is dat er verschillende soorten rapporten worden verspreid. De chemische industrie brengt rapporten uit die stellen dat Bisphenol A in polycarbonaat geen schade toebrengt aan de menselijke gezondheid. Maar onafhankelijke onderzoeken stellen iets totaal anders. 93% van de onafhankelijk onderzoeken stellen dat Bisphenol A buitengewoon schadelijk is, en onder meer verantwoordelijk is voor een verstoorde hersenontwikkeling, hyperactiviteit en agressie, een verstoorde seksuele ontwikkeling van jongens, dat het een verhoogde kans geeft op borstkanker, baarmoederhalskanker en prostaatkanker, dat het bij vrouwen obesitas veroorzaakt, en een hogere kans geeft op miskramen…

Persoonlijk ben ik geneigd eerder de onafhankelijke onderzoeken te vertrouwen dan de onderzoeken die naar buiten worden gebracht door partijen die er iets bij te winnen hebben.

Difrax verschuilt zich achter de richtlijnen die door de Europese Unie zijn opgesteld – maar ik ben bang dat die richtlijnen niets voorstellen. In februari is nog een artikel verschenen in het Duitse tijdschrift Raum und Zeit waarin wordt aangetoond dat de Europese Unie ervoor gekozen heeft zich te baseren op een studie die is gefinancierd door de chemische industrie om de grenswaarde van het gebruik van Bisphenol A opnieuw op te rekken – terwijl daar 150 studies tegenover staan die wel degelijk de schadelijke effecten van de stof aantonen.

Polycarbonaat lekt al Bisphenol A bij kamertemperatuur. Op het moment dat er een warme vloeistof in polycarbonaat wordt gegoten (denk aan babymelk) geeft het plastic nog meer Bisphenol A af, dat geldt dus ook bij opwarming in de magnetron.

Het duurde even voordat ik Bisphenol A vrije flesjes vond, maar onder meer het merk Nuby (ook te vinden op internet) heeft een serie BPA-vrije flesjes en drinkbekers ontwikkeld die ik nu gebruik.

Ik hoop dat u hier iets aan heeft,

Met vriendelijke groet,

Jesse Goossens
(auteur van Plastic Soep)

Ik ben maar even voorbijgegaan aan de tegenstrijdigheden die Difrax in zijn eigen mail stelt… Hoe schadeloos is een stof waaraan strenge richtlijnen worden gesteld?

Read this text in English

Fifteen minutes of fame

april 28th, 2009 Posted in Geen rubriek | 1 Comment »

De Lemniscaatkrant vroeg om een column over Plastic Soep. Ik schreef het volgende:

In the future everyone will be famous for fifteen minutes,” zei Andy Warhol.
Ik droomde ervan dat ik later als Groot Schrijfster met een schitterende jeugdroman die vijftien minuten roem zou krijgen. Ik had nooit gedacht dat een boek over plastic afval mij in het spotlicht zou zetten. En wel langer dan vijftien minuten ook!

Vijf maanden geleden kreeg ik de opdracht om een boek te schrijven over de plastic soep – de gigantische hoeveelheid drijvend plastic in de Stille Oceaan.
Vervelend al dat plastic, dacht ik, maar dat ruimen we wel op.
Ik vergiste me…

Plastic – dat fantastische wondermateriaal dat je overal vindt: in je iPod en computer, om je krant, tijdschrift en eten, in je televisie, je Wii en je Nintendo – is helemaal niet zo schadeloos als het eruit ziet.
Om te beginnen is het voordeel van plastic tegelijk het nadeel als het op een verkeerde plek terechtkomt: het vergaat niet, het breekt alleen in hele kleine stukjes. In het zeewater lijken die stukjes op voedsel voor vissen en andere zeedieren en die eten het op.
Daarnaast hebben veel soorten plastic een merkwaardige eigenschap: ze trekken gifstoffen aan die in het water terecht zijn gekomen, zoals pesticiden, insecticiden en de onverbrande deeltjes van brandstoffen.
En, last but not least, zijn aan allerlei soorten plastic chemische stoffen toegevoegd – om ze elastisch te maken of juist te laten harden, om ze te kleuren, om ze brandvertragende eigenschappen te geven – die erg giftig zijn. Niet alleen voor vissen, of voor het milieu, maar ook voor ons.

Ik werd niet vrolijk van die ontdekking. Kwaad zelfs. Maar gelukkig kwam ik erachter dat het ook anders kan: alle plastic is gifvrij te maken – voor alle gifstoffen bestaat een niet-giftig alternatief dat meestal nog goedkoper is ook.
We moeten alleen de plastic industrie nog aan hun verstand zien te krijgen dat we geen gif in ons plastic willen. En daar kan jij bij helpen.

Een groot deel van het plastic afval probleem wordt veroorzaakt door wegwerpplastic. Als je nou geen plastic tasjes meer aanneemt, maar je eigen tas gebruikt, help je het afval al verminderen. Net als wanneer je een beker mee naar school neemt, zodat je niet steeds plastic bekertjes hoeft te gebruiken.

Maar denk vooral na bij wat je koopt. Op plastic producten staat tegenwoordig een symbooltje: een driehoek van pijltjes met een nummer erin. Dat nummer vertelt je welk plastic het is. Als je nou in het vervolg de nummers 3 (pvc), 6 (polystyreen) en 7 (overig plastic, o.a. polycarbonaat) in het schap laat staan – de meest giftige plasticsoorten – laat je de plastic industrie weten: dit willen wij niet.

Ik zal mijn minutes of fame, zolang ze duren, op tv, radio, en in kranten en tijdschriften, gebruiken om deze boodschap te verspreiden: Het kan anders. Het kan beter. Laten we dat dan ook doen.

Om met Barack Obama te spreken: Let’s go change the world!

Read this text in English

Eerste verkenning

april 28th, 2009 Posted in Geen rubriek | 1 Comment »

De tijd die mij gegeven was om onder te duiken in de Plastic Soep was te kort om alle aspecten ervan – alle problemen die het plastic afval met zich meebrengt, en alle oplossingen die er al voorhanden zijn – te kunnen onderzoeken. Daarvoor zou een heel leven nog niet genoeg zijn…
Ik zie dit moment dan ook niet als een afsluiting van het project, maar als een tussenstand. Alles wat ik tot nu toe geschreven heb dient als een eerste verkenning. Op mijn blog zal ik doorgaan met de verslaglegging die het boek niet meer haalde.

Tijdens mijn speurtocht werd ik achtereenvolgens moedeloos en raakte ik enthousiast en geïnspireerd.
Moedeloos werd ik van de feiten: hoe erg het al is gesteld met de vervuiling van onze oceanen en zeeën, van onze aarde, de dieren en onszelf. Toen ik aan het boek begon, dacht ik nog: er ligt een hoop plastic in zee, maar dat is een kwestie van opruimen. Maar vervolgens kwam ik erachter dat de plastic soep voor het grootste deel uit microplastic bestaat, plasticdeeltjes die nauwelijks of niet met het blote oog te zien zijn. En ten slotte merkte ik dat het allergrootste probleem niet het plastic op zich was, maar de gifstoffen die erin verwerkt zijn, en de gifstoffen die er in zee ook nog eens aan blijven hangen, die het milieu en onze gezondheid al zeer ernstige schade hebben toegebracht: in de zee en op het land.
Maar juist toen ik zeker dacht te weten dat dit nooit meer goed zou kunnen komen, raakte ik door de gesprekken die ik voerde overtuigd dat we de problemen wél samen op kunnen lossen. Dat we – als we alleen al de mensen zouden kunnen samenbrengen die ik heb geïnterviewd – de wereld schoner kunnen maken en plastic kunnen transformeren tot een werkelijk wondermateriaal dat in een eeuwigdurende kringloop in allerlei gedaantes opduikt.

Ik wil op dit moment in het onderzoek het een en ander op een rijtje zetten.
ACT gaat ervan uit dat tegenover iedere Inconvenient Truth – tegenover iedere onaangename waarheid over onze wereld, van mens tot milieu – er een Convenient Truth gezet kan worden – een oplossing die er al is, of waaraan gewerkt kan worden.

Ik zal een de Inconvenient Truths die ik op mijn reizen aantrof op een rijtje zetten, en daar hoopvolle Convenient Truths tegenover zetten.

Degenen die aan die Convenient Truths kunnen – en moeten – samenwerken, zijn de consumenten, wetenschappers en het bedrijfsleven. Ook voor de overheid zie ik een rol. Al ben ik persoonlijk niet zo’n voorstander van teveel regelgeving, er zal een aantal regels moeten worden ingesteld en nagevolgd wil er iets veranderen: bepaalde mensen en bedrijven met geld en macht, die persoonlijk niets te winnen hebben bij verandering, kunnen de realisatie daarvan helaas nog altijd dwarsbomen…

Inconvenient Truth: Er drijft een hoeveelheid plastic in de Stille Oceaan dat een gebied beslaat dat twee keer zo groot is als de Verenigde Staten.

Convenient Truth:
• 4% van dit plastic bevindt zich net onder of op het zeeoppervlak. Wetenschappers zouden technieken kunnen ontwikkelen om de opsporing van dit plastic te vergemakkelijken.
• Bestaande bedrijven – zoals Liverpool Water Witch, dat opruimboten bouwt, en Envosmart dat olie uit plastic kan winnen – zouden samen boten kunnen ontwerpen die het wateroppervlak schoonruimen en zichzelf daarbij in stand houden door bijvoorbeeld brandstof te winnen uit het opgeviste plastic.
• Overheden zouden gezamenlijk – en daarbij kan de UNEP een rol spelen als secretariaat – tot een overeenkomst moeten komen om de financiering van deze operatie mogelijk te maken. Bijvoorbeeld: iedere plastic producerend land betaalt een even groot percentage van de opruimactie als zijn deel in de wereldwijde plastic productie. Overheden kunnen deze kosten terugverhalen op degenen die verdienen aan de productie en verkoop van plastic: plasticindustrie, plasticproducent en winkelier.
• 96% van het plastic in de oceanen bestaat uit zulke kleine deeltjes dat ze deel zijn gaan uitmaken van de waterkolom: het opruimen hiervan is een biochemisch probleem. Daar ligt dus een taak voor de biochemici: is er iets als een ‘plasticmagneet’ te ontwikkelen die door de zeeën gesleept kan worden? Dit is misschien wel de grootste uitdaging van het hele plastic afvalprobleem.

Inconvenient Truth: Aan het plastic in de oceanen, ook aan alle microdeeltjes, hechten zich Persistent Organic Pollutants: gifstoffen die via het plastic dat vissen eten, in de voedselketen terechtkomen.

Convenient Truth: Het opruimen van het plastic wordt hierboven al besproken – dat haalt ook de vergiftiging van het oceaanleven weg – maar mocht er in de toekomst onverhoopt nog plastic in de zeeën bijkomen, dan is er ook een oplossing:
• Wetenschappers zouden plasticsoorten zo moeten ontwikkelen dat ze niet de eigenschap hebben om gifstoffen aan te trekken.

Inconvenient Truth: 20% van het plastic afval in de oceanen is afkomstig van schepen: overboord geslagen, losgeraakt of opzettelijk gedumpt.

Convenient Truth: Dit is een kwestie van samenwerking tussen overheden en de scheepvaart: de wetten die bestaan, werken kennelijk niet voldoende.
• Schepen zouden verplicht moeten worden hun lading beter te zekeren.
• Er zou geen schip mogen uitvaren zonder dat iemand persoonlijk aansprakelijk gesteld kan worden voor alle lading die aan boord is – en die in zee terechtkomt.
• De controle dat een schip aankomt met de spullen waarmee het is uitgevaren zou strenger moeten worden.
• Straffen voor het dumpen van afval moeten veel hoger worden gesteld, waardoor niemand meer denkt: Ach, wat maakt het uit…

Inconvenient Truth: 80% van het afval in de oceanen is afkomstig van het land.

Convenient Truth: Wij kunnen zelf maatregelen nemen om te voorkomen dat afval gaat rondzwerven.
• Overheden zouden al het plastic dat voor éénmalig gebruik wordt geproduceerd – plastic tasjes, wegwerpbekers, junkfoodverpakkingen, e.d. – moeten verbieden.
• Overheden zouden het initiatief moeten nemen voor recyclingprojecten van plastic huishoudelijk en bedrijfsafval, zodat afval wordt ingezameld en gerecycled.
• Wetenschappers zouden voor voedselverpakkingen op zoek moeten gaan naar alternatieve plasticsoorten die werkelijk afbreekbaar zijn als ze in de natuur terechtkomen – ook als ze in het water verdwijnen – en die natuur daarmee niet schaden.
• De plasticindustrie zou verder alleen nog maar producten moeten produceren die zijn ontworpen om na gebruik te recyclen: dat betekent dat alleen de goed te recyclen plasticsoorten zouden moeten worden gebruikt, en dat de producten voldoen aan het ‘design to disassemble’.

Inconvenient Truth: Veel onderzoek naar de effecten van plastic en plasticafval op de gezondheid van milieu en mens wordt betaald door de plasticindustrie. Onderzoek heeft aangetoond dat door de plasticindustrie betaald onderzoek een sterk vertekend beeld geeft. Zo bekeek professor Vom Saal van de universiteit van Missouri 218 verschillende studies naar de effecten van de weekmaker Bisphenol A – die in polycarbonaat zit, plastic dat onder meer voor babyflesjes wordt gebruikt: 93% van de onafhankelijke studies toonde aan dat deze weekmaker schadelijke effecten heeft op de gezondheid. 100% van de door de plasticindustrie gefinancierde onderzoeken toonde aan dat de stof schadeloos was…
Als om deze stelling te demonstreren is net een artikel verschenen in het Duitse Raum und Zeit met als ondertitel ‘Minnekozen met de chemiebedrijven – de Europese Unie rekt de grenswaarde op voor het gevaarlijke Bisphenol A’. Meer dan 150 onafhankelijke studies toonden aan dat Bisphenol A onder meer leidt tot hersenbeschadiging, seksuele misvorming en onvruchtbaarheid bij jongens en mannen, tot hyperactiviteit en agressie, dat het een verhoogde kans geeft op borstkanker en eierstokkanker, en dat het als iemand kanker heeft, de kankercellen beschermt, waardoor ze moeilijker te bestrijden zijn – en dat baby’s die warme melk (of andere warme vloeistof) uit een polycarbonaat fles drinken veel Bisphenol A binnenkrijgen. Het onderzoek echter dat aantoonde dat er niets aan de hand is, waarop de Europese Unie zich baseerde bij zijn besluitvorming, was betaald door de chemische industrie. Sterker: de EU blijkt niet eens de volledige studie onder ogen te hebben gehad, maar uit te zijn gegaan van een niet openbaar gemaakte voorlopige versie.

Convenient Truth:
• Er bestaan onafhankelijke wetenschappers.
• Er zou geen wetgeving mogen worden gebaseerd op onderzoek dat wordt gefinancierd door betrokkenen: alle richtlijnen en wetgevingen die op basis van dergelijk onderzoek zijn gevormd, zouden opnieuw tegen het licht gehouden moeten worden.

Inconvenient Truth: In plastic zijn minstens 87.000 verschillende soorten chemicaliën verwerkt, waarvan de meeste uiterst giftig zijn voor het milieu en voor onszelf.

Convenient Truth: Voor alle giftige chemicaliën zijn niet-toxische alternatieven voor handen.
• Onafhankelijke wetenschappers zouden moeten onderzoeken welke van de in plastic gebruikte chemicaliën schadelijke gevolgen hebben voor onze gezondheid en voor het milieu.
• Onafhankelijke wetenschappers kunnen vervolgens onderzoeken welke niet-toxische alternatieven er zijn voor de schadelijk bevonden chemicaliën, en daarmee niet-giftige plasticsoorten ontwikkelen.
• Voor al het giftige plastic dat al op de markt is, zouden chemische ‘reparatietechnieken’ moeten worden bedacht: technieken waarmee de schadelijke stoffen in onschadelijke eindproducten worden omgezet.
• Winkeliers zouden moeten weigeren plastic producten te verkopen die giftige stoffen bevatten.
• Overheden kunnen plasticproducenten verplichten om op hun verpakkingen te vermelden welke stoffen bij het vervaardigen van plastic zijn gebruikt – en welke schadelijke gevolgen de verschillende stoffen hebben voor mens en milieu.
• Overheden zouden ervoor moeten zorgen dat alle giftige chemische stoffen verboden zouden moeten worden – ook in plastic. Om te beginnen moet de REACH-wetgeving van de Europese Unie ook op polymeren van toepassing worden.

Kortom: er valt een hoop te doen… Maar gelukkig kán er een hoop gedaan worden. En er zijn steeds meer mensen die daaraan mee willen werken!

Ik wil deze gelegenheid meteen aangrijpen om een aantal mensen te bedanken die belangrijk zijn geweest bij de totstandkoming van het boek en het blog.
Allereerst Maria Westerbos die met haar onstuimige enthousiasme het hele ACT in elkaar heeft gesmeed en genoeg vertrouwen in mij stelde om met mij de Plastic Soep in te gaan.
Dave Cooper en Vincent Janssen Steenberg waren onmisbaar in het project. Zij vertaalden vrijwel simultaan mijn blog-entries en interviews en voorzagen mij tijdens het schrijven van commentaar, ideeën en genoeg muziek om een Plastic Soep-soundtrack te kunnen samenstellen.
Natuurlijk ben ik al diegenen zeer dankbaar die in de interviews in dit boek figureren en die zich mijn spervuur aan vragen lieten welgevallen.
Frances de Jong was als altijd een rots in de branding en voorzag in een noodtempo al mijn teksten van de hoognodige correcties.
Marc Suvaal maakte er mijn mooiste boek van tot nu toe – het is altijd een groot plezier om met hem samen te werken.
En uiteindelijk wil ik nog even de Uitgever noemen, die dit boek net zozeer geschreven heeft als ikzelf, en de Baby – want voor haar wil ik de wereld mooier maken.

Let’s go change the world!

Read this text in English